Vanochtend zijn we een Facebook advertentiecampagne gestart voor Hof van Marquette, een appartementencomplex in het historisch hart van Heemskerk. Met de traditionele set middelen (bouwbord, advertentie in lokale krant en een mooie verkoopbrochure) worden geen huizen of kavels meer verkocht in deze tijd en de Facebook-campagnes geven vooralsnog zeer goede resultaten.
Gelukkig blijkt uit het aantal deelnemers aan de recente webinar van Martin ‘Succesvolle online marketingstrategie voor vastgoedprojecten’ dat steeds meer projectontwikkelaars en makelaars zich dit beginnen te realiseren. Maar er zijn nog steeds vooroordelen te beslechten, zoals het hardnekkige idee dat alleen jonge mensen gebruik maken van Facebook. Of dat het niets meer dan een nieuwe manier van vrije tijdsbesteding is. Terwijl het toch inmiddels duidelijk is dat mensen van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat online zijn en dat nieuws zich nergens sneller verspreidt dan op de sociale media.
Vanochtend moest ik daar aan denken. Het dorp waarin ik woon, Wijk aan Zee, telt 2.400 inwoners. Daarvan zijn er, volgens de laatste telling vorige week, maar liefst 1.000 actief op Facebook. Ik durf te wedden dat van die 1.000 zeker de helft vanochtend even snel op de mobiel de laatste berichten heeft gechecked vóór ze onder de douche stapten. Hoe handig zou het zijn geweest als ze daar een melding op hadden gevonden, van Eneco of van de gemeente, dat het hele dorp zonder gas zat.
Ik kwam daar nu pas op het schoolplein achter. Daarvoor had ik al zeker 20 keer en steeds venijniger op het reset-knopje van de ketel gedrukt, toch zeker 2 minuten naar het boekje gezocht, een paniekgolf onderdrukt waarin ik vakantiegeld linea recta in nieuwe ketel zag verdwijnen, heel hard gevloekt toen ik percolator tevergeefs op het gasfornuis zette, opgelucht ademgehaald want ketel dus niet stuk, uit het raam gekeken of de straat misschien open lag (namelijk heel vaak het geval in Wijk aan Zee), even nagedacht of ik wel betaald had en uiteindelijk op internet gekeken of er wellicht een storing gemeld werd bij energieleverancier. Niets te vinden. Ondertussen rende mijn dochter gillend van pret heen en weer onder een koude douche. En was er geen koffie.
Op het schoolplein stond een meneer van Eneco (of Stedin, daar wil ik vanaf zijn). Met, jawel, een kladblok. Terwijl iedereen licht hysterisch door elkaar heen tetterde, probeerde hij adressen te noteren. Van het hele dorp… Wat blijkt? Het gas kan pas weer terug als eerst in alle huizen de gaskraan is dichtgedraaid. De vraag is dus hoe bereik je alle mensen? Niet via het schoolplein lijkt me. Huis aan huis? Maar wat met de vroege vogels die al (zonder douche en koffie) naar hun werk zijn? Of onze Oost-Europese dorpsbewoners die de hele nacht hebben gewerkt en diep in slaap zijn? Uh… een omroepwagen? Bestaat Teletekst eigenlijk nog? Ongelooflijk eigenlijk. Zolang niemand op het idee komt hier de sociale media voor in te zetten, geef ik de kassières van de Spar nog de meeste kans.
Terug thuis draaide ik braaf de gaskraan dicht en checkte nogmaals de website van Eneco. En Facebook. En Twitter. Het hoofdkantoor zou nu toch wel wakker zijn. Geen sjoege.
Later op de fiets moest ik opeens denken aan de oud-rector van mijn middelbare school die uit principiële overwegingen (iets met het leger) zijn gasrekening net zo lang niet betaalde tot hij afgesloten werd. Ik vond dat toen heel stoer, een nobele eenmansactie. Stel je eens voor hoeveel bereik en volgers zijn protest in deze tijd gehad zou kunnen hebben.
Inmiddels zijn er wat berichtjes op regionale nieuwssites verschenen en hoor ik net dat ze overal in het dorp aanbellen. Benieuwd hoe lang het gaat duren voor iedereen bereikt is, en we weer veilig aangesloten kunnen worden op de bel in Groningen. Gelukkig is het prachtig weer, als we de rest van de week niet kunnen douchen, nemen we wel een duik in zee.